
28 april 2017
Na opnieuw een onweerstaanbaar ontbijt in Longhouse Inn hotel verlaten we om 9.20 uur Dalyan. Ali (van wie de hele familie in Oss woont) heeft weer Selim gecharterd om ons naar Fethiye te brengen. Daar ging enig telefonisch onderhandelen aan vooraf, maar uiteindelijk gaat de rit 180 TL kosten. Ik zeg een vriendenprijsje voor 71,5 km. We zijn het dorp nog niet uit of Selim meldt dat hij de meter aanzet in de taxi, ‘want er kan politiecontrole zijn’. Grote vraagtekens tussen onze ogen, maar het zal wel. In razende vaart vervoert hij ons, we halen vandaag 140 km op een plek waar 50 toegestaan is. We maken er in het Nederlands opmerkingen over en hij merkt dat we over zijn rijstijl praten. Wat hem brengt tot de opmerking dat we ons geen zorgen hoeven te maken, dat hij al 20 jaar auto rijdt en dat er nooit wat aan de hand is. Tsja, zegt Rob, tot je in je 21e jaar 4 mensen dood rijdt. Waarvan akte!
Het laatste stuk van de route wordt Selim begeleid door Cockie en haar OSMand. Ons hotel ligt nogal afgelegen maar de routemap op de telefoon brengt ons feilloos bij Misafir Evi, een idyllisch onderkomen. De meter van de taxi staat inmiddels op iets over de 300TL, ik reken af met Selim en geeft hem 200 TL. Hij kijkt een beetje zuinig, maar ik zeg dat de afspraak met Ali 180 is. Zuur zegt hij dat de rit normaal 350 kost, maar ‘no problem’. Voor ons ook niet. Ik krijg nog 20 TL terug.
We checken in, drinken wat en gaan op stap. Het is onwaarschijnlijk mooi weer, de zon schijnt fel, zelfs Paul maakt gebruik van zonnebrandmiddel! We lopen naar Kayakoy, een spookstad tegen de hellingen aan. Ooit woonde hier 25.000 orthodox christelijke mensen, nu is de stad totaal verlaten en alleen de natuurstenen muren en schoorstenen van de huizen staan er nog. Alle houtwerk is weg, een onwezenlijk gezicht. In 1923 heeft iemand bedacht dat kleine religieuze enclaves van Grieken en Turken maar gezuiverd moesten worden. Zo’n twee miljoen mensen zijn gedwongen verkast, anderhalf miljoen Grieken (waaronder die van Kayakoy) vanuit Turkije naar Griekenland en een half miljoen moslims andersom. Voor mij opnieuw een aanwijzing dat religie meer kapot maakt dan je lief is!
We zetten onze wandeling voort, eerst verder omhoog en dan over de pas. We lopen door een prachtig bos, hier en daar hebben we zicht op de Middellandse Zee en na een poosje zien we het strand van Oludeniz in de verte opdoemen. Tussen de bomen en rosten door ontvouwen zich ouderwetse ansichtkaartplaatjes met als hoogtepuntje de Blue Lagoon. Het is een uur of twee en de maagjes beginnen te knorren. We gooien ons anker uit bij de Seahorse Beachclub, een veel te dure tent die twee jaar geleden een nieuwe eigenaar heeft gekregen. Een Engelse dame is nu kennelijk de uitbaatster in loondienst en meldt met enig understatement de veranderingen die zijn aangebracht: ander type strandstoel, nieuwe tafels (die nu buiten op het gras gelakt worden) en een nieuwe menukaart die pas maandag officieel van kracht wordt. Dus we kunnen bestellen wat we willen, de dienstdoende ober meldt of het bestelde wel of niet aanwezig is. Er zijn een paar gasten aanwezig die bij het strand liggen te bakken en braaien. Ze zijn vrijwel allemaal helemaal gaar en rood verbrand!
We bestellen een drankje en gaan over tot een potje klaverjassen. Cockie neemt nog even een snorkelpauze in de Blue Lagoon en dan is het alweer tijd om ons hotel op te zoeken. We nemen een taxi terug en om half zeven zijn we weer ‘thuis’. Een prachtige dag die wordt afgesloten met een heerlijke Turkse maaltijd onder de druiven-, amandel- en sinaasappelbomen. Vakantie is best uit te houden!
Morgen gaan we een kijkje nemen bij de Saklikentkloof. Belooft een natte bedoening te worden. U hoort het wel!


























































Vergeten mijn naam te vermelden, groetjes Annemarie de Klerk
LikeLike