Midden in onze nacht krijgen we een appje van mijn zus dat het medische onderzoek uitwijst dat er een bypassoperatie noodzakelijk is. De vernauwing in het hartvaatje zit in een bocht, een plek die moeilijk te dotteren is. Schrikken, maar ook hoopvol op een goed herstel; mijn broer heeft hetzelfde traject begin dit jaar met succes afgelegd. En zelf ben ik al sinds 2006 in het rijke bezit van een stent. Of je zoiets familiair noemt?

Het blijft de hele dag een beetje in mijn hoofd rondkruipen, ook al is er meer dan voldoende afleiding. In het resort heb je nauwelijks de indruk dat je Indonesië bent: het gras is kort geknipt, elke dag zitten er mannetjes in het gras de klaverachtigen eruit te plukken, weer een ander millimetert de struikjes rond de bungalows, elke keer dat je terugkomt in je bungalow is het bed opgemaakt, een hoekje gevouwen in het toiletpapier en zijn de losliggende kleren netjes gevouwen op een stapeltje gelegd. Maar ga je door het poortje aan de achterkant, daar waar de duikflessen op de auto geladen worden, dan kom je in een heel andere wereld terecht. Daar zitten in de ochtend mannen en vrouwen onder bomen, links en rechts staan brommertjes gestald, van langs het strand komen mannen en vrouwen met manden vers gevangen vis op hun hoofd. De plek onder de bomen lijkt op een klein vismarktje met de gebruikelijke rommel die bij een markt hoort: overal plastic, papier, karton, blikjes. En hier in Bali komen daar de restanten van alle offerandes bij: verlepte bloemetjes, gekleurde papiertjes en ander spul dat de goden lusten. En eens in de zoveel tijd bezemt iemand dat bij elkaar en steekt het in de fik. Geweldig stinken, veel rook van het smeulend plastic en her der verbrande plekken in de berm en zelfs op het asfalt. Dat is ook Indonesië!

We vertrekken opnieuw met twee auto’s naar de duikstekken alwaar zich weer hetzelfde ritueel voltrekt als de vorige keren: setje opbouwen, in het bootje klimmen, naar de duikspot varen, overboord en genieten maar. Bij de eerste duik gaat even mis doordat we met de stroming mee duiken en tegen de stroming in terug. Dat vergt te veel kracht van Cockie’s benen (met de beenslag alleen blijft ze op dezelfde plek hangen). Gids Putu komt te hulp en samen zwemmen ze tegen de stroom in. De tweede duik is weer erg relaxt en we kijken weer onze ogen uit. We zien o.a.: een vrij zwemmende Ster murene, twee Harlekijngarnalen die in de buurt van een zeester bivakkeren (?, nou hun voedsel zijn de zuignapjes in de arm van een zeester, uit nood zijn ze soms bereid de voetjes van zee-egels te eten; leuk vak hoor, biologie!), twee parende slakken (die ruw gestoord werden door een idiote duiker die erop af speerde en veel stof produceerde, slakken moesten weer helemaal in de mood komen; leuk vak hoor biologie!), een Karetschildpad die met zijn voorpoten een koraalblok een kungfuklap gaf en vervolgens lekker aan de stukken ging knabbelen (laat die biologen maar lekker observeren) en nog veel meer.

Rob en Miranda gaan nog voor een derde duik op het huisrif en na afloop is het weer happy hour. Deze keer opgeleukt met een enorme stortbui, bliksem en donder.
Maar even afwachten wat het weer morgen gaat doen. U hoort het wel.
P.S. Het opgestuurde onderwaterhuisje heeft inmiddels vliegveld Charles de Gaulle bereikt, zo laat het ons weten!

























































