Vandaag gaan we in voorbereiding op de manier van leven van de komende drie weken: met z’n tweeën, auto met chauffeur en dan allerlei attracties bezoeken. We hebben een tour geboekt die 8 uur duurt, na ruim 9,5 uur zijn we terug in het resort. Het was genieten!

We beginnen de trip in Tirta Gangga (‘Water van de Ganges’ betekent dat, hoezo, we zijn op Bali?), een waterpaleis uit 1948, in 1963 verwoest door een uitbarsting van de Gunung Agung, maar nu weer in volle glorie. Die volle glorie geldt ook voor de karpers die in water leven. De 150 meter van parkeerplaats naar ingang van het park is aan beide zijden omzoomd door stalletje die visvoer verkopen. Voor 5000 IDR kun je de beestjes een hartvervetting bezorgen. Van alle aanwezige toeristen zijn we bijna de enigen die dit niet doen.

De volgende attractie is Tenganang, een traditioneel dorp van het Bali Aga volk, de oorspronkelijke bewoners van Bali. Later is vanuit Java het volk van Majapahit overgestoken naar Bali, een volk met ook een hindoe-boeddhistische cultuur. Maar die zijn toch van mindere kwaliteit vertelt de chief van het dorp. Hij leidt ons rond door het dorp; een man die trots vertelt over de waarden waaraan zijn volk zich vasthoudt. Bijv: trouwt iemand uit het dorp met iemand van buiten het dorp, dan kun je niet in het dorp blijven wonen (volgens mij de snelste weg naar inteelt), of, bij traditionele gevechten slaan de jonge mannen elkaars rug tot bloedens toe open met de stekelige bladeren van aloë, of, bij grote ceremonies (van ceremonies kunnen ze op Bali in het algemeen en hier in Tenganang in het bijzonder geen genoeg krijgen) stookt hij een bbq op van 5 bij 2 meter waarop in één dag 200 kilo vlees geroosterd wordt. Het dorp telt 750 mensen en 148 gezinnen!

Weer in de auto en op weg naar de Goa Lawah tempel, een van de zes heiligste gebedshuizen op Bali. Een indrukwekkend gekkenhuis door het aantal toeristen, het minstens zo grote aantal verkopers en verkoopsters van allerlei prullaria, een complete gamelanband die even in rust is én een huwelijksceremonie precies voor de heilige opening van de vleermuisgrot. De offertjes en offers zijn niet aan te slepen, sommige deelnemers dragen een complete tafel naar binnen boordevol met bloemen, fruit, gekleurde papiertjes tot een gebraden kip aan toe! We kijken onze ogen uit.

En door maar weer. We beginnen een beetje trek te krijgen, melden dat aan Made, onze chauffeur, en we stoppen vrijwel onmiddellijk bij warung Kumendel alwaar we ons tegoed doen aan Gurami goreng, een heerlijk gegrilde vis, voor de een spicy, voor de ander gewoon.
Next stop: Klung Kung, de voormalige hoofdstad van Bali’s belangrijkste koninkrijk. In 1908 vochten de Balinesen hier tegen de ‘company’, zoals we zien in een diorama. De Nederlandse vertegenwoordiging schoot zo’n beetje alles overhoop wat er Balinesen was, hetgeen niet al te moeilijk was omdat zij slechts bewapend waren met speren. We bezoeken de gerechtszaal en krijgen uitleg van een oudere man die zich geheel vrijwillig aan ons opdringt en aan het eind van de uitleg om een tip vraagt waarmee hij een lunch kan kopen. Het dak van de gerechtszaal is bijzonder, het bestaat naar de nok toe uit opeenvolgende lagen van schilderingen, De onderste rij schilderingen geeft alle straffen weer die je krijgt bij verschillende vergrijpen. Een van de vergrijpen is corruptie, waarbij de gids glimlachend opmerkt dat de getoonde straffen voor zijn land niet echt hebben geholpen.

En dan moeten we hierna nog naar een kleine vissersgemeenschap. Maar we zijn al ruim door onze tijd heen. Terug naar het resort dus, waar we zoals gezegd 9,5 uur na vertrek weer aankomen.
Morgen verplaatsen we ons naar Sulawesi. Zo gauw we weer wifi hebben hoort u van ons.
P.S. Het pakketje is in Makassar in ontvangst genomen door ons reisbureau. Er is een scenario ontwikkelt dat er voor moet zorgen dat we op het vliegveld het pakketje in de armen kunnen sluiten!

























































