In reisgidsen wordt vaak van elke regio beschreven wat de specialiteit van dat gebied is. Wij zijn nu aangekomen op het eiland Muna in de zuidoost hoek van Sulawesi. Onze reisgids en ons draaiboek vermelden dat dit eiland vermaard is door zijn paardengevechten, het maken van vliegers van een speciaal soort bladeren (Kaghati), het verwerken van cashewnoten, het weven van traditionele doeken en het vlechten van manden en mandjes met Mentu. Over dat laatste vertelde ik gisteren al het een en ander.

Vandaag hebben we daar een andere attractie aan toegevoegd, grotten in de kalkstenen heuvels die vermaard zijn vanwege de rotstekeningen die er gevonden zijn. Er zijn tot nu toe ongeveer 130 tekeningen gevonden en de schatting is dat ze ongeveer 4.000 jaar oud zijn, van de hand van de oorspronkelijke bewoners van Muna. De grotten zijn voorzien van enorme keien waarover en waarlangs geklommen moet worden, het is vochtig en glibberig en al na enkele minuten lig ik vol op mijn gat, enkele blauwe plekken rijker en een broek die gekleurd wordt door algen en vleermuizenpoep.

Mijn wandelstok ligt in de auto, te grinniken waarschijnlijk. Gids Imim schrikt en wordt nog zorgzamer dan ie al was. Tja en dan die tekeningen, roodachtig door waarschijnlijk het mengen van bloed met modder en in alle groottes aanwezig, dierenfiguren, bootjes, lijfjes zonder hoofd en wat ondefinieerbare krabbels (mogelijk boter, kaas en eieren van 4.000 jaar geleden).

Het gebied tussen de grotten is ooit in cultuur gebracht, maar ligt er nu een beetje doods bij. Hier en daar zie je stenen muurtjes die kennelijk landjes van elkaar moeten scheiden. Het stikt van de vlinders en andere insecten. Bij een steile toegang van een grot maakt ook Cockie een schuiver, niet zo mooi als die van mij. De jury geeft Cockie 7 out of 10, mij 9! Voor Imim aanleiding om te besluiten dat er niet meer gelopen wordt en dat we per auto van grot naar grot vervoerd worden. Ik kan er wel aan wennen want het is bloedheet!

Na de grotten gaan we opnieuw de lunch gebruiken bij pak Rono. Hij is volop aan het koken als we aankomen. Vanmorgen is hij naar zijn akkertje geweest en heeft voor de koolhydraten deze keer gekozen voor traditionele knolgewassen: yam, zoete aardappel en (daar komt de huiskamervraag) ghova. Daarbij eten we ansjovis (rauw), een heerlijke vis in dunne kerriesoep en de bloemen van de banaan, op twee manieren bereid. Een manier is koken van de gehele bloem waardoor de binenkant er een beetje uit gaat zien als jackfruit. De andere is fijngesneden bloem en gekookt in kokosmelk. Heerlijk allemaal, opnieuw voedsel dat we nog nooit gegeten hebben en waar je al snel iets te veel van neemt omdat het zo lekker is. En we kunnen niet meteen aan een siësta (dat heet hier Tidur siang) want pak Rono gaat zijn vliegers showen. Hij is een van de weinigen in het dorp die de kunst van Kaghati nog beheerst. Gisteren is hij begonnen aan een vlieger als souvenir voor ons en hij nodigt Cockie uit om hem te helpen. Hij heeft al snel door dat zij de handigste is van ons twee. En dan gaat hij zijn eigen vlieger oplaten, die op het kleine zuchtje wind wat er is als een speer omhoog gaat, maar die wind is te weinig om hem in de lucht te houden. Vanmiddag maakt hij onze vlieger af en komt hem daarna naar ons hotel brengen.

Na de tidur siang gaan we op stap naar cashewnoten verwerkende vrouwen. Juist in deze tijd van het jaar zou daar volop bedrijf in moeten zijn maar ook hier laat de klimaatverandering zich voelen. Als de cashewbomen gaan bloeien in augustus is er een tijd van ongeveer 2 maanden nodig om de vrucht te laten rijpen. Maar door de toegenomen regenval in die periode regenen de bloemen van de bomen af, er ontwikkelen zich geen vruchten. En dat is nu al drie jaar het geval, een enorme inkomstenderving voor de lokale thuisindustrietjes.

We worden allerhartelijkst ontvangen bij iemand die aan het werk is om de noten uit hun vruchthuid te snijden. Nog een tricky werkje omdat het vruchtvlees een irriterende olie bevat waardoor de dame in kwestie steeds opnieuw haar vingers in de kalk moet stoppen om geen verbrandingen op te lopen. Als ze goed doorwerkt kan ze op één dag 25 kilo vruchten verwerken waarvan dan 6 kilo nootjes overblijven. Die nootjes moeten dan nog door een andere dame van de zaadhuid ontdaan worden, het is echt monnikenwerk.
En we worden opnieuw aan een baby voorgesteld, Ali Resi, die bij mij op schoot moet en die met ons en de hele familie op minstens 50 foto’s moet. Als ze een jaar of 20 is en de foto’s ziet, zal ze zich wel afvragen wat ze bij die bleekscheet met grijze baard op schoot moest!
Het draaiboek wil ons morgen in de fast ferry hebben op weg naar Baubau op het eiland Buton. De reisleiding denkt dat het veel leuker is om met hen samen in de auto naar Buton te gaan, kunnen we onderweg zo veel stoppen als we willen en nog van alles bekijken. En dan nemen we op het eind de veerpont naar Baubau. We volgen de reisleiding. U hoort morgen wel of dat een verstandig besluit is.


























































2x gaan liggen bij de grotten… Je kan het ook gewoon vragen als je met de auto wilt. 😉
LikeLike