9 augustus
(door Cockie)
Mijn ochtend begint om 6 uur. Als we naar het restaurant lopen voor een kopje thee of koffie voordat op safari gaan, vertelt Luc wat hij vanochtend meemaakte. Hij hoorde om half 5 een vreemd geluid, niet de voetstappen van de over ons wakende askari. Hij staat op en staat oog in oog met twee grazende impala’s! Hij slaapt weer anderhalf uur en dan staan ze er nog, 2 meter opgeschoven.

Tijdens de safari vanochtend zien we niet zo veel dieren, maar dan altijd nog dit: Dikdiks, Buffels ook hele jonge kalveren, Zebra’s, Giraffen, Gnoe’s, Impala’s, diverse vogels waaronder een Mousebird. Een grote troep Bavianen drinkt bij wat er nog over is van de Tsavo River. De rivieroevers staan vol met decoratieve Doumpalmen (of Peperkoekboom!), Hyphaene thebaica.


Het hoogtepunt is een solitaire mannetjes leeuw die gestaag op enige afstand tussen de struiken zijn weg zoekt. Er is veel gepraat tussen de gidsen onderling, een teken dat ze niet zoveel zien, en elkaar om hulp vragen.


Tegen 9 uur zijn we weer terug. We worden verrast met een ontbijtbuffet. Ik geniet vooral van echt lekker brood, voor het eerst deze reis!
Zittend op mijn veranda trekt er weer van alles voorbij, onder andere een kudde buffels. Even later zie ik ze drinken uit een van de waterpoelen rond ons kamp.

Het is vanochtend bewolkt, maar het wordt toch langzamerhand wat warmer. Freek, Luc, Coen en Thijs hebben het zwembad voor zich alleen.
Vanmiddag gaan we op zoek naar het laatste ontbrekende dier van de big five: de neushoorn. Er leeft een 80-tal neushoorns in een zwaar beveiligd stuk van 90 km2 van het park, in het Ngulia Rhino Sanctuary. Desondanks vallen er soms nog zwarte neushoorns ten prooi aan stropers. Omdat het nachtdieren zijn, en ze de dag meestal liggend in de ondergroei doorbrengen, is de kans om ze te zien niet heel groot.


Om 2:40 uur vertrekken we voor deze trip. Wat opvalt dat we uit het vulkanisch gebied rijden en dat er weer echte rotsen zijn. Josef rijdt zo hard als verantwoord is naar het reservaat en we zijn mooi op tijd, het is van 4 tot 6 uur geopend, We rijden meteen door naar een poel met observatietoren, en jawel hoor, daar ligt een groot exemplaar. Het enige dat zo nu en dan beweegt zijn de oren. We krijgen een mooie plek toegewezen zodat Mama, zoals Josef mij noemt, vanaf de voorstoel goed de camera kan gebruiken.

Ineens staat het beest op en dan zie je pas goed hoe groot hij is. En dan gaan de sluizen open: hij staat voor mijn gevoel minuten lang met een flinke straal te plassen. Het gezegde wordt vanaf nu: ik moet plassen als een neushoorn! Na het plassen loopt hij een rondje en legt zich weer te rusten. Wat een show!

We verlaten het reservaat en gaan via een andere route weer naar huis. We rijden langs een door een bron gevoede poel waar wel 15 olifanten in staan. Ze staan te drinken, ook een heel klein olifantje. Als hij in een dieper gedeelte loopt, steekt hij zijn slurfje boven water uit. Dan weer verder.

Freek vraagt Josef of Thijs kan plassen. Dat kan nu even niet omdat we door een gebied met bosjes rijden. De woorden van Josef zijn nog niet koud of we passeren een hyena die in de berm loopt. Toch maar even wachten! Ineens roept Coen: stop, stop, een uil! Josef rijdt een stukje terug en inderdaad, er zit een uil van een cm of 30 rustig te poseren.
We zijn ruim voor donker thuis, moe maar voldaan: de big five is compleet. Thijs valt al voor hij wat kan eten in slaap, en ook Luc en Coen halen het toetje niet. De volwassenen net wel, maar daarna sluiten ook bij ons de luiken.
U hoort wel of ze morgen weer geopend zijn.

























































