(door Freek en Cockie)

We beginnen de dag vroeg, we willen mount Longonot beklimmen, een vulkaan die al ruim 300 jaar niet meer actief is. Aangezien de reis naar de top ongeveer drie uur in beslag zal nemen en de afdaling twee uur, besluiten we dat Coen en Thijs maar niet mee moeten gaan. Cockie blijft bij hen, Hells Gate is goed verteerd maar je moet de goden niet verzoeken met een steile klim naar een vulkaantop.

Het is een klein uurtje rijden (inclusief sluiproute) naar de start van de wandeling. Lokale gids Jacob zal ons begeleiden op weg naar de top.

Het is een beklimming in etappes. De eerste etappe gaat van 2000m hoogte naar de rand van de krater op ongeveer 2400m. Het is een route met enkele lastige beklimmingen, maar we laten ons er niet door kisten. Zeker niet aangezien er ook mensen zijn die de route hardlopend afleggen. Soms zelfs voor de 2e of 3e keer…

Bij aankomst op de krater rand worden we beloond met een prachtig uitzicht. We kijken in de krater die volledig vol gegroeid is met bomen en struiken. Ook kunnen we ver terugkijken op het pad dat we gelopen hebben. Vanaf hier zien we ook Lake Naivasha liggen en Hells Gate waar we gisteren hebben gefietst.

De krater is rond, en prachtig voorbeeld van een zogenaamde caldera. Het hoogste punt van de kraterrand is nog niet bereikt. Vol goede moed vervolgen we het pad vol pieken en dalen en zonder een onvertogen woord bereiken Anne en Freek, maar in het bijzonder ook Paul en Luc de top op 2780m.

We maken de klassieke foto bij het bord, uiteraard ook met onze gids Jakob. Paul krijgt complimenten van onze gids, “a very strong man, especially at his age, I guess around 90…” “No he’s 73!” “Ok, so almost 90…” We laten het maar even voor wat het is.
De route naar beneden is aanzienlijk minder arbeidsintensief. Doordat je met elke stap iets af moet remmen kenmerkt de afdaling zich met name door alle stofwolken die opwaaien. Als vier sneeuwpoppen wit van al het stof komen we uiteindelijk voldaan beneden. Als we de smartwatches mogen geloven: 22.150 stappen, 160 trappen en 13,5km. Totale wandeltijd 4,5u.

Na een korte lunch onderaan de berg worden we weer terug vervoerd naar het hotel.
In de tussentijd brengen Coen, Thijs en Cockie de tijd door bij het hotel. De nog niet zo wakkere Coen en Thijs zijn wakker genoeg om te gamen. Om half negen is het ontbijttijd. De oever van het meer verkennen staat daarna op het programma. We zien lovebirds en een paartje visarenden.

Het spelletje zeeslag is erg spannend: Coen staat ver achter maar wint toch nog (met veel geluk!). Na nog een half uurtje gamen gaan we op verkenning in de tuin waar de waterbokken liggen te herkauwen. Ze lopen daarna in een gestrekte draf achter de onderkomens langs naar de grote wei.

Bij de lunch blijken we de enige aanwezige gasten. We lunchen lekker in de tuin, en na de lunch is het tijd voor een middagslaapje, en Coen valt zowaar in slaap! Even na 2 uur horen we stemmen, en ja hoor daar zijn de klimmers al weer!

Na wat opfrissen gaan we het beloofde boottochtje doen. Dat komt neer op een uurtje vogels en nijlpaarden bekijken. We zien pelikanen, die door de bootsman tot opvliegen worden bewogen, misschien wel 20 visarenden, ijsvogels die boven het water bidden en vele anderen. Daarna is het alweer snel borrel- en spelletjestijd. Inpakken en vroeg slapen, want we vertrekken morgen om 7 uur voor een lange autorit naar Amboseli.
U hoort weer van ons!

























































